reglementen
Het spel
Squash
wordt gespeeld door twee spelers in een ruimte die omgeven is door vier
muren. De spelers slaan de bal om de beurt tegen de voormuur(dit
mag via zij-of achtermuur). Wanneer de bal van de voormuur terugkomt,
mag de bal niet meer dan één keer op de grond stuiten, voordat de andere
speler de bal slaat.
De speler mag de bal echter ook volleren(d.w.z. slaan zonder de bal
te laten stuiten).
Omdat squash in een betrekkelijk kleine ruimte (6,40m x 9,75 m) wordt
gespeeld en de spelers vaak dicht naast elkaar staan, is het van groot
belang je racket op de juiste wijze te hanteren.
Door de arm bij de zwaai gebogen te houden, vermijdt de speler de kans
op een gevaarlijke achterzwaai of uitzwaai, die bovendien verboden is.
Een speler dient er rekening mee te houden dat de tegenstander ten allen
tijde de bal moet kunnen slaan en dient hem hiertoe alle benodigde ruimte
te geven.
Indien de speler uit vrees om zijn tegenstander te raken de bal niet
slaat, speelt men een let (d.w.z. dat de rally opnieuw gespeeld
wordt).
Zou de speler de bal wel slaan, missen en dan pas let vragen, dan wordt
in dit geval geen let gespeeld en gaat de service naar de tegenpartij.>
De telling
Een wedstrijd
wordt meestal gespeeld om ‘the best of five’.
Dat houdt in dat de speler die het eerst drie games heeft gewonnen
winnaar is.
Het recht om te serveren wordt behaald door de ‘toss’ (draaien van het
racket op de grond).
Men kan alleen punten scoren als men aan service is. Verliest men de rally dan gaat de service naar de tegenstander.
Bij de stand 8-8 echter, mag de ontvanger kiezen of er tot 9 of 10 punten
zal worden doorgespeeld.
Deze keuze blijft gehandhaafd, ook als de service overgaat.
De serveerder mag belissen vanuit welk vak hij begint te serveren.
Als hij scoort, serveert hij de volgende keer uit het andere
vak etc.
Anders dan bij tennis is een bal fout wanneer hij een lijn raakt.>
De service
Bij het serveren sta je met minstens één voet volledig in het serveervak. De bal dient direct naar de voormuur gespeeld te worden tussen de servicelijn en de grenslijn, waarbij deze in het vak van de tegenspeler moet terecht komen.
De court
Grenslijn: Bal die op of boven deze lijn komt is fout. >
Serveerlijn: deze lijn is alleen belangrijk bij de service. De bal dient tussen de grenslijn en de serveerlijn de voormuur te raken.>
Tin: Een bal die dit gedeelte of de rode lijn raakt, is fout.>
De nick: Verbinding tussen wand en vloer.
Een bal die op de nick komt, is te vergelijken met een ‘ace’ bij tennis
en scoort altijd omdat deze bal niet te retourneren is.
Serveervak:
Let en stroke?
Anders dan bij tennis, waar beide spelers op 1 helft van het terrein spelen met een net tussen beide, spelen bij squash beide>
spelers op hetzelfde terrein omgeven door 4 muren. Hierdoor>
komt het regelmatig voor dat de spelers elkaar hinderen. Om>
de veiligheid op de baan te garanderen, bestaan in de spelregels squash specifieke richtlijnen omtrent het hinderen, beter bekend als de “let” en “stroke” regels. >
Wanneer je hinder ondervindt van je tegenstander, stop je en vraag je een let aan de scheidsrechter. Dit doe je door “Let please” te roepen. >
Een let betekent dat de rally opnieuw gespeeld wordt. De stand blijft hetzelfde. De beslissing hierover ligt bij de scheidsrechter. Deze kan echter ook beslissen om iemand een stroke toe te kennen. Dit wil zeggen dat de speler die gehinderd werd, de rally wint.>
Nevenstaand gedachtenschema kan je hanteren bij het hinderen.>
Meer over de spelregels: http://www.vsf.be/spelregels.html